12 november 2001, Business Class

Sedert jaar en dag neem ik mijn tweede vaderland, Italië, in bescherming tegen Nederlanders die weten te beweren dat het een door en door corrupt land is.

Niet zozeer door de corruptie aldaar te ontkennen, als wel door erop te wijzen dat wij er ook wat van kunnen. Net als in ons land wordt in Italië van alles geprobeerd door de heersende elite om gevallen van corruptie onder het tapijt te werken. Lukt dat niet dan zijn de rapen wel degelijk gaar en schrikt men er niet voor terug grote reputaties voor het gerecht te slepen.

Voor Frankrijk valt een zelfde verhaal te vertellen. Denk aan de voormalige minister presidenten, Craxi, Andreotti en voor Frankrijk aan minister Tapi en zelfs president Chirac. Kom daar in Nederland maar eens om! Daar komt de voormalige minister van Verkeer en Waterstaat, Neelie Smit-Kroes (VVD), gewoon weg met een debat in de Kamer, terwijl vaststaat dat zij in samenwerking met haar collega van Justitie, Hirsch Balin (CDA), het openbaar ministerie verhinderde een strafrechtelijk onderzoek te voltooien naar de boys van het malafide bedrijf Tank Cleaning Rotterdam (TCR).

Het bedrijf kreeg van haar 23 miljoen gulden subsidie, terwijl het vermoeden van fraude niet eens meer een vermoeden was maar een keiharde verdenking waarvoor het bewijs van het OM bijna rond was. De fraude werd na het verdwijnen van de ministers van het politieke toneel alsnog vastgesteld en bewezen en de boys verdwenen achter slot en grendel. Noch Smit-Kroes, noch Hirsch Balin zijn voor het gerecht gesleept vanwege het plegen van een ambtsmisdrijf.

Inmiddels is dat verjaard en lopen meneer en mevrouw gewoon vrij rond. Justitie verlengt de verjaringstermijn van allerhande misdrijven, het ambtsmisdrijf daarentegen mag het blijven doen met een termijn van zes jaar. Verlenging van die termijn zou wel degelijk heilzaam zijn, daar het meestal jaren duurt voordat betrokkenen de beerput durven open te trekken. Toen de Kamer debatteerde over de gang van zaken rond TCR was de termijn nog niet verstreken, maar waagde de Kamer zich er niet aan, vanwege het belang van het in stand houden van de coalitie. Dat is tenslotte belangrijker dan het doen van recht.

Meer in het algemeen zijn onze politieke bestuurders en hun ambtenaren goed beschermd tegen strafrechtelijk optreden. Ambtsfalen is niet strafrechtelijk te vervolgen, ook al staat vast dat dit te wijten is aan wetsovertreding of verregaande onachtzaamheid. In de kwesties Enschede en Volendam komt de rechter er terecht wel aan te pas om de betrokken burgers te vervolgen, in casu de directies van Fire Works en het Hemeltje, maar ten onrechte niet om de falende bestuurders en ambtenaren aan te pakken. Ambtsmisdrijven kunnen wel worden vervolgd, maar worden stevig onder de deksel van de immer werkende coalitieput gehouden.

Dan is er nu het schandaal van de frauderende aannemers in de bouw en de weg- en waterbouw. Het land staat op zijn kop, alsof er een nieuw groot geheim aan het licht is gekomen. Ad Melkert (PvdA) wil het tot op de bodem zien uitgezocht. Zelden zo’n hypocriete vertoning gezien. Pers en politiek zijn al sedert jaar en dag op de hoogte van deze frauduleuze praktijken, die de belastingbetaler naar schatting honderden miljoenen lichter maken.

Af en toe zijn er integere journalisten die over deze praktijken letterlijk een boekje open doen. Over Amsterdam bijvoorbeeld zelfs een heel boekwerk over fraude bij het GVB, bij het parkeerbeheer, bij de dienst bouw- en woningtoezicht, bij de bouw van de metro, in gemeentelijke diensten etc., etc. Het ambtelijke en bestuurlijke apparaat in de hoofdstad des Rijks is zo rot als een mispel, de vroede vaderen komen echter niet verder dan hier en daar een ambtelijke berisping en een overplaatsing.

De bezem erdoor is er niet bij. De nieuwe fraudeaffaire zal niet anders worden behandeld, in de Polder hebben we het tenslotte strijk en zet met zijn allen gedaan.

Het Poldermodel is het mechanisme dat tot deze hele en halve fraude uitnodigt. Het is een systeem van consensus en coalities van gevestigden, die de buitenstaanders met vereende krachten buiten de deur houden. Daardoor stinkt het dikwijls heel bedompt in de Polder, aan frisse buitenwind hebben zij een broertje dood. Het is een systeem van ons kent ons en elkaar de bal toespelen. Het is de corruptie van de baantjes, van de verschrijvingen, van het uitschrijven van valse te hoge nota’s, van coalities die belangrijker zijn dan het doen van recht.

Het is ook een systeem waarin politie en Justitie zich zelf zorgvuldig op de achtergrond houden. Vanuit die apparaten nooit eens een initiatief om dit systematisch aan te pakken en de ramen van het Poldermodel eens wagenwijd open te zetten, afhankelijk als zij zich voelen van diezelfde Polder.

Het is de hoogste tijd onze ziel eens tot op de bodem te peilen en in te zien dat wij niet beter zijn dan Italianen en Fransen, maar in menig opzicht slechter. In die landen wordt de corruptie niet ontkend en aangepakt als dat door de publiciteit er omheen onvermijdelijk is geworden. Fransen en Italianen zien zichzelf niet als heiligen.

Wij echter zijn vreselijke hypocrieten, die zelfs bij ontdekking nimmer stevig optreden. Wij doen dit alleen als het burgers betreft die buiten de Polder staan, wie met beide benen in de Polder staat kan rekenen op bescherming tot in het absurde aan toe.

Pim Fortuyn
Rotterdam, 12 november 2001