Deze column is verschenen in Sum mei 1993

Ons land komt langzaam in de greep van de milieumaffia, aangevoerd door collega Reijnders van de stichting Natuur en Milieu. Juist ja, een stichting, de minst democratische vorm van handel en wandel die ons land rijk is. Een vereniging wordt nog gecontroleerd door de leden, een onderneming door aandeelhouders en werknemers, maar een stichting wordt door niemand gecontroleerd en kan haar eigen soevereine gang gaan. De resultaten zijn ernaar.

Regelmatig verschijnt onze nationale kwelgeest Reijnders op tv om het volk de ene onheilstijding na de andere in het gezicht te slingeren. Hij doet dat vanuit zijn welgelegen buiten met mooie tuin. Reijnders is immers een tweeverdiener. Hij en zijn vrouw, beiden hoogleraar, goed voor meer dan een modaal inkomen. Ondertussen wordt een economie van de krimp bepleit. Zelf een voorbeeld geven is er niet bij. Voor zijn volkomen onjuiste voorspellingen ten aanzien van de branden van de oliebronnen in Koeweit na afloop van de Golfoorlog is hij nimmer afgestraft. We zouden een poolwinter tegemoet gaan. Dit alles was de schuld van de Amerikaanse bemoeizucht. Dat diezelfde Amerikanen voor ons de kastanjes uit het vuur hebben gehaald en naast hun oliebelangen en passent nog even een niets en niemand ontziende dictator aan de teugel hebben gehouden wordt niet gewaardeerd. Net zo min als er waardering is voor die Amerikaanse experts die in zo'n korte tijd de misdaad van Sadam uitwisten, door de brandende oliebronnen te doven.

Reijnders heeft daar allemaal geen boodschap aan. Hij is alweer bezig met de volgende onheilstijding. De wijze waarop dat wordt gepresenteerd heeft bijna iets sadistisch. Onheilstijding wordt altijd hetzelfde gebracht, zonder een reële oplossing. Niet van hoe komen we van A naar B. Men zal moeten inleveren en wel op grote schaal. De modale burger zal het weten. Economie van de krimp, de auto weg en zeer duur openbaar vervoer. Alleen de beter gesitueerden zullen zich nog een auto en bijbehorende mobiliteit kunnen veroorloven. Reijnders en familie zullen daar zeker toe behoren.

Het nieuwe slechtoffer van de milieumaffia is de OV-studentenkaart. Studenten belasten met deze kaart het milieu. Ze zijn veel te mobiel en leren niet dat deze mobiliteit veel schade veroorzaakt aan het milieu. Nu is veel van deze redenering gebouwd op drijfzand. Voor de OV-studentenkaart zijn nauwelijks extra treinen en bussen ingezet. Met de bestaande vervoerscapaciteit worden ook die 600.000 studenten vervoerd. Van extra milieubelasting kan dan ook geen sprake zijn. Hooguit wordt de al bestaande vervoerscapaciteit beter benut. Het bewustzijn dat mobiliteit geld kost is wellicht een minpunt van de kaart. Wel dient te worden bedacht dat de student ruim tien procent van zijn besteedbaar inkomen uitgeeft aan de kaart en dat is iets anders dan gratis reizen.

Wat mij echter het meest stoort is het volledig uit het oog verliezen van proporties als het gaat om milieu. Het is een heilig verklaard thema, waarover je vervolgens niet kritisch mag nadenken. Eenvoudige wijsheden dat men de trap van bovenaf aan moet vegen, mogen van de milieumaffia niet van toepassing zijn. Mobiliteit in het algemeen en de auto in het bijzonder zijn de doelen waarop zij zich richten. En het maakt niet uit dat er inmiddels grote vooruitgang is geboekt bij het terugdringen van de milieu-overlast door de auto. Het nationale schuldgevoel kan niet beter worden aangesproken dan op de auto, die verboden vrucht van technologische ontwikkeling van onze eeuw.

In een calvinistisch land als het onze, waarin alles wat lekker zondig is, valt er geen betere voedingsbodem te bedenken voor het nationale schuldgevoel dan de auto. Via dat schuldgevoel houdt de Stichting Natuur en Milieu ons gevangen. Zij belet ons oog te hebben voor de werkelijke milieugevaren in Europa. Het overgrote deel van de zwaar vervuilende industrie in Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie draait nog gewoon door, bij gebrek aan beter. Veel kerncentrales aldaar zijn tikkende tijdbommen, en een onbekende hoeveelheid niet afgewerkt afval is gedumpt in zeeën en meren om ons na verloop van tijd hun dodelijk gif via zeeën en rivieren over de hele wereld te verspreiden. Daaraan onze milieumiljarden besteden staat niet bovenaan het lijstje va de milieubeweging. Het is een beweging die zich concentreet op eigen land, waar al zoveel gebeurt op het terrein van het tegengaan van milieuoverlast. De trap van bovenaf aanvegen is wat we moeten doen. Dus het oosten van hun ergste milieuproblemen afhelpen. Dat zet zoden aan de dijk. Kunnen we in de volgende eeuw de OV-studentenkaart nog eens tegen het licht houden.

Deze column is verschenen in Sum mei 1993