Deze column is verschenen in Sum juni 1993

Over ons land doet het bekende cliché de ronde van de koopman en de dominee. Let wel, in die volgorde. Hollanders staan in het buitenland bekend als uitermate gewiekste zakenlieden die zeer op de penning zijn, bij het gierige af. We worden ervaren als uitermate betrouwbaar, een afspraak is een afspraak, maar ook als erg materialistisch en benepen. We hebben de naam te denken dat alles in geld uit te drukken valt. De calculerende burger, de calculerende overheid en het calculerende bedrijf zijn ons dan ook op het lijf geschreven. Dit alles neemt niet weg dat we bij tijd en wijle, zolang het ons niet al teveel kost, graag de dominee spelen in de zin van zedenmeester.

Psychoanalytisch beschouwd zou dat zedenmeesterschap wel eens de broodnodige compensatie kunnen zijn voor onze materialistische zucht naar geld. Wij ervaren deze twee volkseigenschappen zèlf allerminst als tegenstrijdig, laat staan dat we een spanningsverhouding constateren waar we moeten leren omgaan. Integendeel, we moraliseren er met verve op los en vergeten tegelijkertijd de eigen portemonaie niet. De moraal geldt immer anderen, zelden ons zelf.

De minister van justitie en in zijn kielzog onze minister-president vinden het tijd worden voor hernieuwde moralisering van onze samenleving zonder de hand ook maar een moment in eigen boezem te steken. Burgers horen niet te calculeren, burgers horen zich aan de door de politiek gestelde regels te houden, bijstand trekkers mogen niet zwart of grijs bijverdienen of bijelkaar in te kruipen zonder de overheid daarvan te verwittigen, studenten moeten hun bijverdiensten opgeven opdat deze verrekend kunnen worden met hun beurs etc. Nimmer wordt de vraag gesteld, laat staan beantwoord, of het niet eens tijd wordt om de regels zodanig te veranderen dat al die controle niet meer nodig is. Kortom, pas de regels aan aan de maatschappelijke werkelijkheid en probeer niet steeds de maatschappij te dwingen in het procrustusbed van oneigenlijke en te krappe regelgeving.

Het gemoraliseer grijpt op het ogenblik als een epidemie om zich heen. Het vervelende van gemoraliseer, hetgeen iets anders is dan het formuleren en het handhaven van morele standaarden, is dat het het zicht op de werkelijkheid zo in de weg staat. Het belemmert een goede analyse en wat wellicht nog belangrijker is het staat oplossingen voor problemen ontzettend in de weg. Een goede aanpak van het probleem van ontsporende jongeren, in de zin van het leren van een vak en het verwerven van een baan is niet gediend met moralistische discussies over kampementen. Een kampement kàn in bepaalde situaties een nuttig middel zijn, niet meer en niet minder. Gemoraliseer leidt de aandacht af van goede analyses en oplossingen. De slotfase van zo'n hoos aan gemoraliseer is immers de nierenproeverij. Deze nierenproeverij is gericht op personen. Bepaalde door zichzelf benoemde keurmeesters stellen dan vast of je opvattingen deugen en of je ze in de juiste fora naar voren brengt. In de Verenigde Staten van Noord Amerika zijn ze daar heel sterk in. We hebben daar de heksenjacht gekend op mensen met afwijkende opvattingen in de vijftiger jaren door McCarthy en heden ten dage zijn het de family values die bepalend zijn voor het mogen aanvaarden van een publiek ambt.

Ons land is inmiddels ook aardig op weg. Op zijn eigen manier. Daar mag een openlijke homosexueel niet optreden bij de Evangelische Omroep omdat die omroep tegen homosexualiteit zou zijn. Of mogen Christelijke scholen homosexuele leerkrachten niet mijden omdat een dergelijke norm van staatswege niet wordt geaccepteerd. Ik zou zeggen leven en laten leven. Daar hebben we allemaal belang bij. Pas als een dergelijk adagium individuen en groepen echt in de verdrukking brengt is overheidsingrijpen op zijn plaats. En voor wat het gesproken en geschreven woord betreft geldt: alles mag binnen de grenzen van de wet en het oordeel daarover is aan de onafhankelijke rechter. Zelfbenoemde openbare scheidsrechters kunnen we in dezen missen als kiespijn!

Deze column is verschenen in Sum juni 1993