Deze column is verschenen in Sum september 1993
Daarnaast wordt er gekampeerd, toneel- en cabaret gespeeld en ook de kunst der retorica mag zich in een grote belangstelling verheugen. Na afloop van de groentijd begint het fleuren van de disputen. Onze disputen zijn verticaal georganiseerd, hetgeen wil zeggen dat de leden afkomstig zijn uit alle jaren die de studentenpopulatie kent. Dat is erg leuk, want op die manier zit je als achttienjarige samen in een dispuut met bij voorbeeld vijfentwintigjarigen. De gemiddelde studieduur is in die tijd nog zo'n acht jaar. Die ouderejaars vinden wij jongerejaars natuurlijk reuze spannend. Dat zijn reeds ervaren heren die soms al uitkijken naar een verloofde. De ouderejaars rijn over het algemeen leuke jongemannen, de tweedejaars echter ware etterbakken. De meesten van hen nemen wraak op de eerstejaars om hetgeen hun het jaar daarvoor tijdens de ontgroening is aangedaan. De ergste slachtoffers van toen ontpoppen zich op die momenten als de grootste beulen.
In 1968 belanden de corpora over het hele land in een crisis. De studentenbeweging is inmiddels een echte beweging geworden, waaraan duizenden studenten deelnemen. De corpora hebben zich steeds tegen hen afgezet met ouderwets gebral over gezag en orde en de noodzaak om de hoogleraar te laten verblijven in zijn toenmalige ivoren toren. Iedereen die wat wil, voelt zich in een dergelijk conservatief milieu al snel niet meer thuis. De meeste corpora lopen dan ook leeg als een lekke band, en de andere maken moeilijke tijden door. De studentenbeweging is veel spannender. Daar gebeurt tenminste iets, en je ontmoet er de leuke mensen en hebt er gezellige feesten waar vrijelijk met hasj, weed en seks werd geëxperimenteerd. En dat is heel wat voor al die middenklasse jongetjes die van thuis vrijwel niets mogen. Inmiddels zijn we twintig jaar verder en hebben we de wonderbaarlijke wederopstanding van de studentencorpora al weer achter de rug. Het zijn nu dikwijls levendige moderne verenigingen waar de klassieke bal nog wel rondhangt, zij het door de verkorte studieduur veel minder lang dan toen, maar waar ook jonge mannen en vrouwen hun vertier zoeken, die van hun studie en hun leven daarna echt iets willen maken. Dat heeft de sfeer in de corpora ingrijpend veranderd. Ik zou haast zeggen dat het allemaal wat volwassener en minder autoritair en ballerig is geworden. Een hele vooruitgang. Tenslotte geeft zo'n corps met name in je eerste studiejaren een prettig houvast. Je ontmoet er je vrienden en vriendinnen en op zijn tijd kun je er lekker doorzakken. Kortom, corpora voorzien in een behoefte en ik hoop dat velen van jullie de weg naar het corps weten te vinden en er een leuke tijd zullen hebben die je je later met veel plezier zult herinneren.
Deze column is verschenen in Sum september 1993



