Deze column is verschenen in Sum augustus 1992

Toen ik in september 1988 aan het project voorde invoering van een openbaarvervoerskaart voor studenten begon, had ik enige aarzeling moeten overwinnen. Ik had net de deur van de universiteit achter me dicht gezwaaid en was de adviesmarkt op gegaan. Betekende het vrije ondernemerschap voor mij dat ik me met zoiets mallotigs als een OV-kaart voor studenten bezig zou moeten gaan houden? En bovendien, zaten studenten daar nu wel op te wachten? Hieruit blijkt maar weer eens hoe je je kunt vergissen in je eerste indrukken. De OV-kaart is een groot succes geworden en studenten zaten daar inderdaad op te wachten. Sterker nog: als de kaart vandaag wordt afgeschaft zullen veel studenten dat buitengewoon vervelend vinden. En toch, ja staat dit verworven recht momenteel op de tocht!

De invoering van de OV-kaart voor studenten is beslist niet van een leien dakje gegaan. De politiek wilde haar - ja de kaart is een vrouw - dan weer wel en dan weer eigenlijk niet. De NS waren aanvankelijk met haar in hun nopjes, maar toen er een lucratiever aanbod van reizigers kwam - beter betalend en zich naar NS-verwachting beter gedragend - wisten ze niet hoe snel zij deze winkeldochter moesten lozen. De Informatiseringsbank ten slotte had genoeg problemen aan haar hoofd om rechttoe rechtaan studiefinanciering te regelen. Het scheelde niet veel of de bank was in het studiejaar 1988-1989 gekapseisd.

Deetman, toen nog minister van Onderwijs, was op zijn politieke intuïtie afgegaan en had de gelukkige idee om voor de invoering van de OV-kaart voor studenten een aparte BV op te richten. Daarmee hoopte hij de kaart veilig te stellen. Immers met veel olifanten - O & W, NS overige vervoersbedrijven - in een te klein hokje wil zo'n kaart wel eens een snelle dood sterven. Achteraf gezien een gouden greep van die Deetman. Het was uiteindelijk de BV die het project door haar vasthoudendheid - ja, ook de vennootschap is een vrouw - overeind wist te houden. Alle politieke, technische en logistieke problemen werden werkende weg overwonnen. Meer dan eens hing de BV en daarmee de OV-kaart voor studenten aan een zijden draadje, maar zij is er gekomen. En hoe!

Vlak voor de introductie van de kaart hebben we een sociologisch onderzoek laten doen naar de acceptatie van de kaart onder studenten. Met een beetje goede wil konden we daaruit afleiden dat sommige studenten er blij mee zouden zijn, een aanzienlijk aantal er helemaal niet op zat te wachten en dat het een nog groter deel betrekkelijk onverschillig liet. Na de invoering begon de kaart aan haar niet helemaal verwachte triomfmars. De weerstanden verdwenen als sneeuw voor de zon, een enkele hardnekkige autofanaat niet te na gesproken. Heden is de OV-kaart niet meer uit het studentenleven weg te denken. Vele reizen worden ondernomen. Het is een va-et-vient bij evenementen. Of men gaat zomaar op pad.

Toch staat de kaart op de tocht. De openbaarvervoersbedrijven willen er veel, veel meer geld voor zien. O & W zegt dat niet te hebben noch te willen geven. Zoals dat gaat in het goede vaderland bewegen varianten zich tussen de afschaffing van de kaart en beperken van de kaart tot de reis van huis naar onderwijsinstelling en weer terug. Een kaart van niks dus. En alsof dat nog niet genoeg is: de OV-Studentenkaart BV dient plaats te maken voor de Informatiseringsbank. Die gaat vanaf 1994 de kaart zèlf verstrekken . Dat gebeurt dus even goed als het verstrekken van jullie studie-uitkering. Het lijkt me tijd worden dat studenten zich gaan bemoeien met hun eigen kaart. Voor dat je het weet is je kaart weer verdwenen of gereduceerd tot een onbetekende trajectkaart.

Deze column is verschenen in Sum augustus 1992